Heikel punt: Niet te hard?
Afgelopen juni vond in Houten een experiment plaats met een maximumsnelheid voor fietsers. Is dit een nuttig proefballonnetje? Of ligt de oorzaak van het probleem dat de overheid wil oplossen elders?
Het aantal ongevallen met fietsers stijgt al jaren, vooral in de steden, en dat baart zorgen. Om de fietspaden veiliger te maken verkent de overheid momenteel een onorthodoxe maatregel: een maximumsnelheid van 20 kilometer per uur.
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat testte van 8 tot 21 juni op de Fossa Iberica in Houten-Zuid, een fietspad dat bekendstaat als onveilig. In het najaar wordt er ook getest op een locatie in Amsterdam. De proef is vooral bedoeld om te onderzoeken hoe uitvoerbaar handhaving van een maximumsnelheid is en wat het effect is op de snelheidsverschillen tussen fietsers.
Mocht de test een succes zijn, dan is het vervolgens aan de gemeenten om te bepalen of ze op een bepaald fietspad – het gaat hier vooral om fietspaden in drukke gebieden – een maximumsnelheid willen invoeren. Een landelijk maximum is voorlopig niet aan de orde.
Inrichting
De vraag is of een maximale snelheid iets kan oplossen. Kees Bakker, consumentenvoorlichter bij de Fietsersbond, volgt het experiment met belangstelling, maar heeft z’n twijfels bij de locatie in Houten.
“Het is in feite een onoverzichtelijk kruispunt in een woon- en winkelgebied met twee drukke fietsstromen”, zegt hij. “Volgens mij is daar niet de snelheid het grootste probleem, maar eerder de onoverzichtelijkheid. Het is vooral heel ongelukkig aangelegd. In die zin is het een vreemde locatie voor een proef. Bij een maximale snelheid denk je aan fietspaden waar je goed door kunt rijden en waar mensen elkaar inhalen, niet aan een kruispunt. Wat misschien wel positief is, is dat mensen door die limiet mogelijk getriggerd worden om voorzichtig te zijn en goed op te letten.”
Ook in het algemeen denkt Bakker dat de inrichting van de fietspaden een groter probleem is dan het verschil in snelheid. Er zijn steeds meer fietsers, dat betekent automatisch dat fietspaden al snel te krap zijn.
“Een probleem met de snelheid ontstaat op het moment dat een fietspad te smal is om in te halen en mensen zich moeten aanpassen.
Daarbij is het wel zo dat een paar groepen fietsers behoorlijk zijn gegroeid: wielrenners, ouderen op e-bikes en jongeren op fatbikes. Daardoor zijn de snelheidsverschillen inderdaad wat groter geworden. Maar als je kijkt naar het onderzoek dat het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft laten uitvoeren naar de snelheid van ongehinderd rijdende fietsers op het fietspad, valt het ook wel mee: de gewone fietser rijdt gemiddeld 19,6 kilometer per uur, de e-biker 22,7, de fatbiker 26 en bij de wielrenner verschilt het sterk per locatie: buiten de bebouwde kom rijdt die gemiddeld 28,4 kilometer per uur, erbinnen ongeveer 24. Ik denk dan ook dat het grootste probleem toch ligt in de drukte van het verkeer.”
‘Ik zie niet welk probleem je oplost: als je maar 20 kilometer per uur mag rijden, moet je alsnog iemand die 15 rijdt inhalen.’
Faciliteren
Een oplossing zou het aanpassen van de inrichting kunnen zijn, hoewel dat vaak complex is. En dan is het de vraag welke keuzes je maakt, zegt Bakker.
“Je kunt bijvoorbeeld …..
Verder lezen?
Lees het vervolg van Heikel punt in FietsActief 6. Nu in de winkel, of bestel het nummer via deze link online.
Tekst Elias de Bruijne


Reacties