Rondje Westerkwartier: In het spoor van Abel Tasman

Het Groningse Westerkwartier is de geboortegrond van ontdekkingsreiziger Abel Tasman. In dit speelse veen- en coulissenlandschap liggen musea en borgen waar het verleden voelbaar is.

Specs van deze route

In Lutjegast draait veel om één naam: Abel Tasman. De dorpsbewoner vertrok in 1642 naar het Onbekende Zuidland en ontdekte onder meer het eiland dat later zijn naam kreeg: Tasmanië. Tegenwoordig reizen Nieuw-Zeelanders en Australiërs deze kant op, op zoek naar hun wortels. De streek ligt tussen Friesland en Drenthe, met de Lauwers en vroeger de Hunze als natuurlijke grenzen. Dat hoor je terug in het dialect, met invloeden van zowel het Drents als het Fries. Tijdens de route fiets je afwisselend door natte veengronden, rietlanden en een coulissenlandschap met houtwallen en akkers. Hier werd op kleine schaal turf gewonnen, vaak voor eigen gebruik. Bij petgaten grazen shetlandpony’s en groeien pijpenstrootjes: stugge, rechtopstaande sprieten. Je trapt grotendeels over rustige paden. Soms zijn ze charmant smal; het is maar goed dat je weinig tegenliggers tegenkomt. Op de route liggen meerdere musea, waarvan er twee zijn gevestigd in een borg, de Groningse variant van een burcht. Fijne plekken voor een kop koffie.

Onze 4 favorieten

De ontdekkingsreiziger

Abel Tasman Museum
Over de Abel Tasmanweg fiets je langs huizen met rieten daken en op de nok makelaars: houten ornamenten met krullen. In Lutjegast herinnert veel aan de ontdekkingsreiziger die hier in 1603 werd geboren, van een straatnaam tot een standbeeld. Vrijwilligers van het Abel Tasman Museum geven graag een stoomcursus over zijn leven. Hij bracht voor de VOC nieuwe gebieden in kaart, waaronder delen van Australië en Nieuw-Zeeland. Zijn reizen konden gevaarlijk zijn. Toen de Māori op schelpen bliezen, antwoordden zijn mannen met trompetgeschal – een onbedoelde oorlogsverklaring. “Hij vond helaas geen gebieden waar specerijen groeiden, of een zilvermijn,” vertelt vrijwilliger Klaasje Pol. Tasman raakte daardoor al snel in de vergetelheid; ruim een eeuw later streek James Cook met de eer. abeltasmanmuseum.nl

Met trekpont over Wolddiep

Natuurgebied Bakkerom
Een schelpenpad loopt langs de Grootegaster Tocht, waar een poldermolen staat. Even verder op de route moeten bij een trekpontje over het Wolddiep de handen uit de mouwen. Het draaiwiel rondkrijgen kost altijd meer kracht dan gedacht, maar gelukkig kun je tussendoor pauzeren – haast is er niet. Je bevindt je in De Bakkerom, een natuurgebied van Staatsbosbeheer. De petgaten zijn een overblijfsel van de turfwinning. Toen hier nog een zeearm lag, hadden eb en vloed vrij spel; het verklaart waarom het veen zouthoudend is. Na het dichtslibben van de zeearm werd het Wolddiep gegraven om overtollig water af te voeren naar zee.

Okergele borg en rijtuigen

Museum Nienoord
Rondom de snelweg is het even druk, maar al snel volgt de romaanse kerk van Midwolde, met het praalgraf van twee vroegere bewoners van Borg Nienoord. Even later fiets je het landgoed op. In het okergele kasteel kun je lunchen bij het Grand Café; een elegante jugendstilzaal met zicht op de tuin. Je kunt met gemak een paar uur doorbrengen bij Museum Nienoord, gelegen op het landgoed. Slenter door de oranjerie, de paardenstal, het koetshuis en de tuinhallen met kunst. In het depot ligt het fraai opgezette rijtuigenmuseum, van eenvoudige boerenwagens tot koninklijke koetsen. Vergeet ook de stokoude tulpenboom niet – ooit meegebracht door een VOC-schip – en de schelpengrot uit 1700. museumnienoord.nl

Tekst en foto’s: Jessica de Korte

Meer lezen?

De knooppuntenroute Westerkwartier zelf rijden? Bestel hier editie 5

 

Deel dit artikel

Over de auteur

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *