Dossier fietsband: alles over dit cruciale onderdeel op een rij

0

De fietsband is de ultieme verbinding tussen tussen je fiets en de weg. Handig om goed op orde te hebben. In dit uitgebreide dossier fietsband gaan we in op cruciale zaken als bandenspanning, maten en materiaal.

fietsband

De fietsband neem je misschien wel voor lief. Dat-ie cruciaal is, merk je pas als het fout gaat..

Dossier fietsband

De fietsband is een onderdeel dat je misschien wel voor lief neemt. Dat-ie cruciaal is, merk je pas als het fout gaat. Denk maar aan die keer dat je hebt staan hannesen met een lekke band of onderuit ging door een klapband. In ons zijdezacht geasfalteerde Nederland zijn de wegen vergeeflijk, maar toch kan het geen kwaad als je de rubberen schakel tussen de weg en jezelf goed op orde hebt. We vertellen je hieronder hoe je dat doet.

Fietsbanden kopen – de expert

Jaap de Vries, eigenaar van online bandenwinkel Fietsbanden.com, kan er alles over vertellen. Zes jaar geleden verkocht hij zijn fysieke fietsenwinkel en stortte hij zich volledig op de online verkoop van fietsbandjes, van exemplaren voor stadsfietsen en toerfietsen tot rubber voor ­e-bikes, racefietsen en mountainbikes. We vroegen hem de band van de velg over de belangrijkste bandenonderwerpen voor e-bikes en hybride fietsen.

fietsband

Hoe breder de band, hoe meer grip je hebt en hoe comfortabeler je rijdt

1. Fietsband maten

Banden zijn er in alle soorten en maten, van smalle bandjes voor de racefiets tot brede banden voor mountainbikes en fatbikes. In het algemeen geldt: hoe breder de fietsband, hoe meer grip je hebt en hoe comfortabeler je rijdt. Dat laatste komt vooral doordat bredere banden een grotere luchtkamer hebben en daardoor verder kunnen inveren, waardoor je ze niet zo hard hoeft op te pompen als smallere banden.

Breder is niet per se minder snel, zegt De Vries. “Vroeger reden wielrenners op bandjes van 19 millimeter, inmiddels is 28 of zelfs 30 millimeter heel normaal. Dat ze niet nóg breder zijn, heeft te maken met de toenemende luchtweerstand – een wielrenner zit daar niet op te wachten. Maar bij e-bikes en hybride fietsen doet het er minder toe en zul je dan ook weinig verschil in snelheid merken tussen de verschillende breedtes fietsband.”

fietsband

Een bredere band is niet minder snel. Vroeger reden wielrenners op bandjes van 19 millimeter, inmiddels is 28 of zelfs 30 millimeter heel normaal

Wil je een nieuwe fietsband kopen voor je eigen fiets, dan kun je het best niet te veel afwijken van de huidige maat. Deze vind je op de zijkant van de band. Hij staat aangegeven in de internationale ETRTO-maataanduiding, bijvoorbeeld 40-622. Het eerste getal geeft de breedte van de band in millimeters aan, het tweede
de binnendiameter. Zeker bij e-bikes is het verstandig om dezelfde maat aan te houden wanneer je nieuwe banden koopt, zegt De Vries. “Je ziet daar nogal eens dat de stroomkabels van de accu door de spatborden lopen. Als je dan een te brede band monteert, kan dat gaan aanlopen.”

2. Profiel fietsband

Voor op de weg is profiel bij fietsbanden niet zo belangrijk als bij autobanden. De laatste hebben vaak een grof profiel omdat je last kunt hebben van aquaplaning. Bij een fietsband geldt juist dat hoe groter het rubberoppervlak is dat contact maakt met het asfalt, hoe beter dat is. In Nederland, waar de wegen in de regel uitstekend zijn, zijn banden met weinig profiel perfect voor e-bikes of hybrides, zegt De Vries.

“Maar als je geregeld fietsvakanties maakt of op ander terrein komt, dan is een beetje profiel wel handig. Je kunt dan bijvoorbeeld kiezen voor een tussenversie met een licht noppenprofiel. Zeker in het ­buitenland is dat aan te raden. Als je wat verder weg gaat, heb je vaak niet eens fietspaden en rijd je al snel op on­­verharde wegen. Dan kan het zeker geen kwaad om iets meer grip te hebben.”

3. Materiaal fietsband

Een fietsband bestaat uit verschillende onderdelen: het deel dat over de grond rolt, heet het loopvlak. Daaronder zit het karkas. Het deel dat in de velg haakt, heet de hiel. Het loopvlak bestaat vrijwel altijd uit een rubbersamenstelling (ook wel ­compound genoemd) met zacht materiaal voor meer grip en hard materiaal voor extra slijtvastheid. Het karkas bestaat meestal uit geweven nylon.

Bij de hiel zijn er grofweg twee varianten: draad­banden hebben een stalen draadkern om de hiel stevigheid te geven, vouwbanden een lichtere kern van bijvoorbeeld kevlar (dit zie je veel bij racefietsen en mountainbikes). Tussen het loopvlak en het karkas van een fietsband zit soms een anti-leklaag, die kan bestaan uit (extra) rubber, kevlar of nylon.

fietsband

Een merk als Schwalbe gebruikt veel natuurlijk rubber

Wat betreft de compound zijn er allerlei varianten, zegt De Vries, die verschillen in kwaliteit. “Een merk als Schwalbe gebruikt veel natuurlijk rubber, andere merken gebruiken meer synthetisch rubber. In goedkope banden zitten meer vulstoffen. Dat drukt weliswaar de prijs, maar het gaat ten koste van de grip en duurzaamheid.

Duurdere banden gaan soms wel meer dan 10.000 kilometer mee, die goedkope zijn soms al na 3.000 kilometer op. Dat komt door die vulstoffen. Bij dure banden zie je vaak ook dat er een beschermmiddel tegen veroudering door de rubbercompound wordt gemengd. Daardoor zullen er minder snel droogtescheurtjes ontstaan in de zijkant – de wang – van de fietsband. En dat zorgt er weer voor dat de band langer meegaat.”

4. Anti-lek banden fiets

Niemand heeft zin om onderweg stil te vallen met een lekke band, dus je kunt maar beter goed voorbereid zijn: een fietsband met een goede anti-leklaag kan al veel gedoe voorkomen. Vaak zijn deze duurder dan gemiddeld, maar het is een investering die loont, zegt De Vries. “Goedkope ­banden hebben vaak geen of minimale anti-lekbescherming. Je rijdt dus snel lek. Daarbij slijten ze door de dunne laag rubber vaak snel.”

fietsband

Schwalbe en Continental hebben banden met een anti-leklaag van 4 à 5 millimeter dik

Een honderd procent lekbestendige fietsband bestaat niet, maar met bepaalde banden kom je toch een heel eind. “Schwalbe en Continental hebben banden met een anti-leklaag van 4 à 5 millimeter dik. Die gaan vaak zelfs nog niet lek als je daar een punaise in drukt. Maar aan de zijkant van de band zit geen anti-lek­bescherming, dus als je over een kapotte fles heen fietst is élke band kwetsbaar. De kans op een lekke band blijft altijd.”

5. Lekke fietsband

Rijd je onverhoopt lek, dan kun je beroep doen op een pechhulpdienst, maar het is handiger als je het euvel zelf kunt oplossen. Een fietsband plakken doe je met een reparatiesetje met bandenlichters, plakkers, lijm en schuurpapier. Een fietsband opppompen doe je dan met een handpompje: denk eraan die mee te nemen!

“Het enige dat niet mee kan, is een bak water om het gaatje te vinden. In plaats daarvan kun je een ‘lekzoeker’ gebruiken: een apparaatje met kleine ­balletjes erin die gaan zweven zodra ze in contact komen met een luchtstroom. Door het apparaat over de fietsband te bewegen kun je de kleinste gaatjes vinden, dus dat is een mooie oplossing.

Vergeet ten slotte niet de buitenband te controleren op scherpe dingen, voor je hem weer om de velg duwt – dat vergeten mensen nog weleens. Het is vervelend als je net weer op weg bent en na een paar minuten weer moet stoppen omdat er nog een dorentje of stukje glas in de buitenband zat.”

fietsband

Controleer de buitenband op scherpe dingen, voor je hem weer om de velg duwt

Voorkomen is beter dan genezen: dus regel een anti-lekband en (zie 4), en zorg er ook voor dat de bandenspanning in orde is (zie 6). Controleer daarnaast regelmatig je banden en verwijder met een borstel of een dunne naald steentjes of ­stukjes glas uit het loopvlak. En vervang je banden op tijd, want een versleten fietsband gaat sneller lek dan een nieuwe, zegt De Vries. “Zie je de anti-leklaag of is het profiel weg? Dan is het loopvlak te dun en dat vergroot de kans op een lekke band.

Houd ten slotte ook het velglint in de gaten. Soms zit bij lekrijden het probleem in het velglint of het ontbreken daarvan: de fietsband kan dan in contact komen met scherpe randjes aan de binnenkant van de velg. Controleer dus af en toe of het lint niet scheef zit en nog heel is.”

6. Bandenspanning fiets

Een spannend punt is de bandenspanning. Hoeveel lucht stop je nou in je banden? Dat is belangrijk, want met een te lage bandenspanning rijd je sneller lek, heb je meer rolweerstand (je moet harder trappen), de accu van je e-bike gaat hierdoor sneller leeg én je banden slijten sneller. Ook een te hoge druk verhoogt de kans op een lekke fietsband en fietst lang niet zo comfortabel. Dus, kort gezegd: hoveel bar fietsband?

De juiste luchtdruk hangt af van de bandbreedte en het lichaams­gewicht, zegt De Vries: hoe breder de fietsband en hoe lichter de fietser, hoe minder lucht er in de band hoeft. “De maat, vaak de ETRTO-maataanduiding (zie 1), vind je op de zijkant van de buitenband. Als je ook je eigen gewicht weet, kun je met behulp van maattabellen uitrekenen wat voor jou de geschikte bandenspanning is.”

fietsband

Bandenspanning: de juiste luchtdruk hangt af van de bandbreedte en het lichaams­gewicht

Druk fietsband

Als vuistregel kun je uitgaan van het volgende: bij een bandbreedte van 40 millimeter – wat gemiddeld is voor een e-bike of hybride – en een lichaamsgewicht van 80 kilo moet je ongeveer 4 bar in de fietsband stoppen. De website fietsbanden.com heeft een handige tabel waarin je kunt zien welke bandenspanning hoort bij welke bandbreedtes en welk lichaams­gewicht.

7. Binnenband fiets

Naast de buitenband moeten we ook de binnenband niet vergeten. Deze is vaak gemaakt van de rubbersoorten latex of butyl. Voor normale binnenbanden wordt meestal butyl gebruikt: dit materiaal is iets steviger dan latex en houdt daardoor de lucht wat beter vast, vertelt De Vries. “Latex is iets minder dik dan butyl, daar ontsnapt de lucht wat sneller uit. Bij butyl hoef je maar één keer in de drie à vier weken wat bij te pompen, bij latex iets vaker.”

Een algemene trend is dat binnenbanden steeds dikker worden. “Bandenmerken als Schwalbe en Continental ­noemen ze plus-binnenbanden. Die gaan niet zo snel lek en blijven langer op ­spanning dan gewone binnenbanden.” Voor e-bikes en hybride fietsen maakt het qua rijeigenschappen weinig uit of je binnenbanden van latex of butyl gebruikt. “Latex is iets soepeler, waardoor de rolweerstand wat lager is.

fietsband

Voor e-bikes en hybride fietsen maakt het qua rijeigenschappen weinig uit of je binnenbanden van latex of butyl gebruikt

Bij racefietsen zie je om die reden vaker latex binnenbandjes: elk klein voordeel is dan belangrijk. Maar voor normaal gebruik is het verschil te verwaarlozen.” En hoe zit het met de maat? “Mensen vragen vaak of de binnenband dezelfde maat heeft als de buitenband, en het antwoord is ja. Daarvoor moet je dus weer even op de zijkant van je buitenband kijken.”

8. Fietsband ventiel

Op iedere binnenband zit een ventiel. En ook die behoeft wat aandacht. Belangrijk om te weten is dat er twee veelvoorkomende types zijn. Allereerst is daar het Franse ventiel, ook wel Presta genoemd. Deze wordt gebruikt voor binnenbandjes voor racefietsen, mountainbikes en hybrides. En dan heb je nog het zogenoemde Hollands ventiel, dat op de meeste ‘gewone’ binnenbandjes zit.

fietsband

Schrader = Hollands, Presta = Frans, Dunlop = autobandventiel

Koop je nieuwe binnenbandjes, let dan goed op dat je het juiste type kiest, tipt De Vries tot slot. “Want als je nu banden met een Frans ventiel hebt, dan kun je vaak geen band met Hollands ventiel monteren, omdat het gat in de velg daarvoor te klein is. Kies dus altijd hetzelfde type als je nu al op je fiets hebt.”

Worstenband

De ene binnenband is de andere niet: naast alle ‘standaard’ banden zijn er ook bijzondere exemplaren. Bijzonder is in ieder geval de ‘worst’ van Gaadi: je pompt hem gewoon op, zoals iedere andere ­binnenband, alleen vormt hij geen gesloten cirkel, maar een dikke rubber slang die je op de velg met de uiteinden tegen elkaar legt. Dat is ideaal voor bijvoorbeeld e-bikers, voor wie het vaak een heel gedoe kan zijn om het achterwiel te demonteren.

fietsband

Geen gesloten cirkel, maar een slang die je op de velg met de uiteinden tegen elkaar legt

De Gaadi kun je gewoon plaatsen en oppompen met het wiel nog in de fiets. Het enige waar je rekening mee moet houden, is dat je de lekke band eerst kapot moet knippen of snijden, dus zorg dat je een mesje of schaar bij je hebt. Of de Gaadi voor langdurig gebruik een goede keuze is, is nog maar de vraag. Maar handig als snelle thuiskomer is-ie zeker, die worstenband. Voor de geïnteresseerden: de Fietsersbond testte de curiositeit eind 2013 al eens en schreef er toendit leuke stukje over. ­

Tekst: Elias de Bruijne

Deel.

Over de auteur

Comments are closed.