Ik vertrek naar… de Pyreneeën
Begin dit jaar verhuisden Elias de Bruijne – schrijver van Alles Over – en zijn vriendin Annabel Dijkema naar de Franse Pyreneeën om daar een fietshotel te gaan runnen. Deze keer dus een persoonlijk verhaal: hoe maak je je fietsdromen waar in het buitenland?
Ooit gedroomd over naar het buitenland verhuizen? Ik in ieder geval wel. Als jongetje ga ik ’s zomers op vakantie naar Frankrijk, Oostenrijk en Zwitserland, en ik vind het daar zó mooi dat ik later, ‘als ik groot ben’, ook in de bergen wil gaan wonen. Later raakt dat plan op de achtergrond, maar in 2025 wordt het smeulende vuurtje weer opgepookt en zo verhuis ik begin dit jaar met mijn vriendin Annabel ‘opeens’ naar het buitenland waar ik voor deze rubriek zo vaak over schrijf. Normaal gesproken blijf ik daarbij zelf buiten beeld, maar nu niet, want dit is het verhaal van onze eigen Ik Vertrek. We nemen jullie graag mee op reis naar Biert, een prachtig dorpje in de Pyrénées Ariègoise!
Les Deux Vélos
Het balletje gaat rollen als Annabel – die net als ik gek is op fietsen en droomt van een B&B met een flink stuk grond om te (moes)tuinieren – in mei 2025 op een advertentie voor een fietshotel in de Vogezen stuit. Of dat me wat lijkt? Het hotel is met veertig bedden veel te groot voor ons en ook niet in beste staat, maar het zaadje is gepland. Even later stuit Annabel ‘toevallig’ op een advertentie voor een fietshotelletje in de Ariège. Met twaalf bedden is Les Deux Vélos veel kleiner en het ziet er ook nog eens goed uit. We videobellen met de eigenaren Mark en Elma en besluiten daarna om in juni een kijkje te gaan nemen. Eenmaal in Biert worden we snel verliefd op de plek: de natuur is er schitterend, je kunt er talloze rondjes fietsen, de wegen zijn rustig en de mensen vriendelijk. Een goede maand later hakken we de knoop door: we gaan het doen!
Dat klinkt simpel, maar het is natuurlijk een grote beslissing. In augustus keren we terug naar Biert voor een bezoek aan de bank en notaris, en vlak voor het notarisbezoek vliegt alles me opeens flink aan. Ook als we weer terug zijn voel ik me nog onrustig, en om stoom af te blazen loop ik ’s middags in mijn zwembroek – het is dik 30 graden – naar de Arac die honderd meter naast het huis stroomt. Ik ga op een steen in de rivierbedding zitten, met mijn voeten in het koude water, en langzaam maar zeker verdwijnt de spanning uit mijn lijf en hoofd. Hoe mooi is het als je in honderd meter naar een bergrivier kunt lopen? Hoe mooi is het om hier te wonen? Hoe mooi is het om deze uitdaging aan te gaan? Zo spoelt de Arac mijn grootste twijfels in een halfuurtje weg. Er is ook té veel dat ons trekt: de natuur, onze gedeelde liefde voor de fiets en voor geschiedenis (het stikt hier van de oude kerkjes), het feit dat we iets kunnen gaan doen wat we al heel lang willen. Daarbij zien we het allebei als een mooie kans om nieuwe mensen te ontmoeten die onze passie voor de natuur en de fiets delen. In Biert komen veel dingen van ons samen.
Trapgevelhuisjes
Uiteraard moet er veel geregeld worden voor we naar Frankrijk gaan, zoals de hypotheek die nogal (erg) lang op zich laat wachten. Verder moet Annabel haar baan opzeggen, moet er een huis worden verkocht en is er natuurlijk ook de verhuizing zelf. Die doen we vrij minimalistisch met een paar auto’s plus een boedelbak en ons nieuwe tweedehands Peugeot-busje. Uiteindelijk gaat alles best soepel en zo rijden we op 15 februari richting Biert, inclusief onze poes Daisy die dankzij een kalmeringspilletje wonderbaarlijk rustig is.
En dan… woon je in Frankrijk! Dat voelt even fijn als onwerkelijk en het gevoel dat het gewoon is gelukt geeft echt een kick. De eerste weken zijn we vooral druk met ons settelen, mensen ontmoeten en de omgeving verkennen. De schoonheid daarvan blijft een sensatie: de bossen zijn Lord of the Rings-achtig mooi, vol welig tierend mos, bloemen en planten, indrukwekkend dikke bomen en andere bomen die rustig liggen te vergaan zonder dat iemand de behoefte voelt om ze weg te halen. De kringloop der natuur kan hier gewoon zijn gang gaan.
Natuurlijk fietsen we ook geregeld. Rondom Les Deux Vélos stikt het van de mooie routes, met serieuze cols zoals de ruige Agnes of de alpien aandoende Port de Lers, maar ook simpelere beklimmingen zoals de Col de Port of Col de Saraillé vanwaar je een prachtig uitzicht hebt over de Pyreneeën. De bijzondere trapgevelhuisjes van het dorpje Cominac, net onder de top, doen zowaar een beetje aan Nederland denken. Nederland zelf missen we echter helemaal niet, los van onze vrienden en familie. Als we door de omgeving fietsen of wandelen voelt dat steeds weer even heerlijk, als we om ons heen kijken en bedenken dat we hier nu wonen. Het kan gewoon!
Stroomversnelling
Zo gaan de eerste maanden snel voorbij. We gaan naar de Franse les in Massat (van een even vrolijke als scherpe Franse dame die met een potlood op je hoofd tikt als je een fout antwoord geeft), doen klusjes in huis en op ons ‘landgoed’, gaan naar de markt in Saint-Girons waar de locals allerlei eigen producten verkopen en oefenen ons Frans met onze buurman Michel. Dat gaat steeds beter, maar blijft ook een uitdaging: zeker als het snel gaat is het soms lastig te verstaan, zeker het lokale, knauwerige dialect waarin pain klinkt als pèng en vin als vìng.
Meer lezen?
Tekst en foto’s: Elias de Bruijne, Annabel Dijkema



Reacties