Op fietsavontuur in de Alpen en zes lessen voor de beginnende mtb’er
Van hoog naar laag, van sneeuw naar zon, van 2 naar 25 graden binnen twaalf uur, van fietszadel naar zachte treinstoel, en andersom. De Glacier Bike Tour van St. Moritz naar Zermatt is er één van uitersten. En sensationeel mooi.
We hebben de fietsen alleen nog maar gezíen en we krijgen al een dompertje voor onze kiezen. Met vijf anderen sta ik te trappelen om te beginnen aan de Glacier Bike Tour: een mountainbikeroute door de Zwitserse Alpen, van St. Moritz naar Zermatt, langs alpenweides, alpendorpen en over alpenpassen. Bij die alpenpassen zit vandaag het probleem. Aan het ontbijt in St. Moritz vertelt onze gids Thalia dat het vannacht – het is juli! – op de Albulapas gesneeuwd heeft. “Het is onverantwoord de pas op de fiets te lijf te gaan. In de bergen is het weer de baas.” We vinden het jammer. Maar niet getreurd, het was toch al niet de bedoeling om alle 370 kilometers tot aan Zermatt te fietsen, maar ook delen met de trein te doen. Nu pakken we eerst de trein tot Bergün en fietsen we een extra traject ná de pas. Maar allereerst nemen we wel onze e-mtb’s, om langs de St. Moritzersee naar het station te trappen. De gehuurde Flyer trapt lekker weg, het meer en de bergen met besneeuwde toppen op de achtergrond smaken naar meer. Als dit een voorproefje is van wat we de komende dagen gaan zien, dan hoor je mij niet mopperen over een gemiste pas.
Langzame sneltrein
De Glacier Express is ‘de langzaamste sneltrein ter wereld’. Hij rijdt al sinds 1930 van St. Moritz via Chur, Andermatt en Brig naar Zermatt, en andersom. De route loopt door 91 tunnels en over 291, vaak spectaculaire, bruggen en viaducten. Het hoogste punt van het traject is de Oberalppas, op ruim 2000 meter. De uitzichten zijn weergaloos. In 2024 werd langs het iconische spoortraject de Glacier Bike Tour geopend: 370 kilometer en 9500 hoogtemeters, voor de mountainbiker. Met dezelfde spectaculaire panorama’s. En met spectaculaire snelheden, als je wilt. Ik denk dat ik twee keer eerder op een mountainbike heb gezeten, ik ben een beginner. Ik kijk dan ook met verbazing naar mijn snelheidsmetertje als dat 45 km/uur aanwijst in een afdaling. Mijn colleg-fietsers zie ik dan al lang niet meer. Maar ik knijp mijn remmen een beetje dicht, deze snelheid vind ik mooi genoeg. Mooi genoeg, maar ook heel móói. Het is een sensatie om zo tussen de bergen naar beneden te suizen.
Bochtjes
Elke dag doen we één of twee treintrajecten. Zwitserse treinen hebben voldoende ruimte voor fietsen, meestal een verlaagde instap waardoor je zó de fietswagon inrijdt én je kunt de e-bike er opladen. De Rheinschlucht, een van de mooiste bezienswaardigheden van het kanton Graubünden, doen we op de fiets. De 13 km lange kloof bestaat uit witte rotsformaties aan weerszijden van de Voor-Rijn, een van de stromen die verderop de Rijn vormt. Op het diepste punt is de kloof 400 meter diep. We stappen heel wat op en af. Vanaf een uitzichtpunt zien we hoe de kenmerkende rode trein zich rond de rotswanden krult. Ik stap ook heel wat af omdat ik anders de bochtjes niet haal. We doen veel kilometers op asfalt, vooral bij de passen, maar hé, we hebben niet voor niets mtb’s: we fietsen ook hele afstanden op (bos)paadjes met oneffen ondergrond. Én met bochtjes. Ook die doen me nogal eens afstappen. Als de bocht nauw is en de helling steil vind ik dat vaak toch net even verstandiger. Maar ik hoef me niet te schamen zeggen mijn collega-fietsers die veel meer mtb-ervaring hebben dan ik. Ze vinden dat ik goed meekom. En lief als ze zijn, geven ze me veel nuttige tips.* De eerste nacht slapen we in het benedictijner klooster van Disentis, een kolossaal gebouw waarvan de oorsprong teruggaat tot de 7e eeuw. In een heerlijk bed in een sobere maar moderne kamer droom ik van watervallen, sneeuwvlokken en fietsversnellingen.
Van 2 naar 25 graden
Het letterlijke en figuurlijke hoogtepunt van onze tweede fietsdag is de Oberalppas, 2046 meter boven zeeniveau. Ik zie er het meest bizarre bouwsel dat ik ooit in Zwitserland zag: een vuurtoren! Het roodwitte torentje is een verkleinde replica van de vuurtoren van Hoek van Holland, aan het andere einde van de Rijn. Want hier, vlak achter de Oberalppas, ligt de Tomasee, de bron van de Rijn. In een kleine twee uur kun je ernaartoe lopen. Maar wij gaan verder fietsen. Jack en fleece gaan aan en uit. Na de pas rijden we over een smal pad tussen Oberalpsee en spoorlijn en zetten dan de afdaling in naar Andermatt. Een klein stuk van de route voert door Uri, een van de drie ‘oerkantons’ van Zwitserland. Na 36 kilometer op de fiets pakken we in Andermatt de trein naar Wallis. Het is lekker om het fietszadel even in te wisselen voor een zachte treinstoel. Vanuit het raam zien we meteen dat Wallis anders is. Het landschap van Graubünden is ruiger, leger. Wallis lijkt beschutter. We zien wijngaarden en veel dorpjes vol chalets met rode geraniums over de balkons. Maar ook hier: rivieren en besneeuwde toppen om ons heen. Wallis heeft van Zwitserland zelfs de meeste toppen boven de 4000 meter, maar liefst 45.
In Reckingen verlaten we de trein om verder te fietsen, naar Visp in de Rhönevallei. Het blijkt een fijn stadje tussen de wijngaarden te zijn. Op de pas was het vanochtend 2˚C, in Visp zie ik een thermometer 25˚C aanwijzen. We kunnen nog net een terrasje in de late middagzon pakken voordat die achter de bergen verdwijnt. Zum Wohl!
Verder lezen?
Lees het vervolg van dit reisverhaal + praktische tips in FietsActief 3-4 2026.
Bestellen kan via deze link
Tekst en foto’s: Annemarie Bergfeld

Reacties