Catalonië, van de bergen naar de zee
Bij de start staan we in de sneeuw, en bij de aankomst staan we met de banden in het zand. FietsActief rijdt vanuit de bergen naar de Middellandse Zee. Een ruige route door dorpen die sinds de middeleeuwen vergeten lijken te zijn.
Nipt op tijd bereik ik ’s avonds mijn hotel in Albanyà, in het noorden van de Catalaanse Costa Brava. Het is iets over achten, mijn hotel aan het Plaça Major gaat zo sluiten. Een groep oudere heren drinkt bier, en twee Belgen eten patatas bravas met worst. Eigenaresse Caro geeft me nog snel wijn en ook een worst, terwijl ze begint op te ruimen. De oudere heren legen de halve liters bier en de Belgen keren terug naar hun camping buiten het dorp. Ik krijg de sleutel van het hotel plompverloren in mijn handen gedrukt, ook de eigenaresse vertrekt.
En daar zit ik dan, met nog een extra glas wijn dat me is ingeschonken. Voor me ligt het krappe plein, rond mij het stille dorp. Een tijdje luister ik naar het geklater van de rivier. Dan schiet me te binnen dat ik best zou kunnen gaan zwemmen. Even later duik ik in het koude water, krabbel snel terug op het droge en speel nog een poosje op de kade met gladde steentjes die ik over het wateroppervlak laat scheren. Totdat ik onder een van die stenen een kleine slang zie, die me verdacht agressief aankijkt; zijn gespleten tongetje steekt hij in mijn richting. Ik ga slapen.
Beeldschoon Besalú
Deze reis van vijf fietsdagen, ongeveer 210 kilometer lang, begint enkele dagen eerder op het skistation van de berg Vallter 2000. Inderdaad op 2.000 meter hoogte. Een transferbusje zet me met mijn fiets af. Ik rijd omlaag naar het stadje Setcases met zijn heuvels vol klaprozen en gele brem. Ik volg de via verda door de Camprodon, het is een autoluwe fietsweg. Ik eet op een marktplein in een kroeg tuinbonen en knoflook in olijfolie, neem een koffie toe en rijd verder.
Dorp na dorp fiets ik door, alle dorpen zijn anders en toch ook hetzelfde. Als spinnende katten liggen ze in de zon op mijn aankomst te wachten. Zigzaggend daal ik een steil, lang pad af door de hermetische bossen van La Garrotxa. Ik ontdek helemaal beneden dat tijdens al het gestuiter over de keien mijn telefoon uit mijn zak is gegleden. Terug de berg op om hem te zoeken, is zowat het ergste dat je als fietser kan overkomen; terug moeten keren op je schreden. Mijn blik houd ik scherp gericht op het pad, totdat daar op de keien een zilverkleurig kleinood fonkelt: gevonden!
In het dorpje Castellfollit de la Roca vergaap ik me aan een basaltrots van vijftig meter hoogte en een kilometer lengte, waarop het hele dorp is gebouwd; er wonen net geen duizend mensen. Onderlangs stroomt de Fluvià, aangesterkt door de hevige regenval eerder in de lente. Castellfollit de la Roca is een prachtdorp, maar wanneer ik aankom in het verderop gelegen Besalú verbleekt die gedachte eerlijk gezegd snel. Wat ben je mooi met je middeleeuwse bruggen en poorten! Ik ben er helaas maar een dag en een avond.
Ik drink koffie bij een Duitse dame die hier het cafeetje 10 Del Pont is begonnen, met uitzicht op de lange oude brug. “Nu is het nog rustig,” vertelt ze. “Maar het wordt veel drukker hier, vooral in de zomer.” Ik kan het me goed voorstellen, dit dorp is zo mooi dat ik even nergens anders meer aan kan denken. Op een van de pleinen, waar de terrassen vroeg sluiten omdat het begint te regenen, eet ik tapas bij een energieke man in restaurant Quina Llauna. We praten en drinken witte wijn; hij vertelt me over het leven in het dorp, dat min of meer verloopt zoals je verwacht dat het leven in een klein stadje in Catalonië verloopt, met een zekere regelmaat en veel goed eten.
Met spijt vertrek ik de volgende morgen alweer in alle vroegte – vroegtijdig vertrekken, ook dat is vaak het lot van de fietsende toerist. Vanaf Besalú is het 34 kilometer fietsen richting mijn volgende bestemming en het gros van die kilometers gaat steil bergop. Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik de hele dag niemand tegenkom, echt niemand. Dit deel van Catalonië is onbereisd en ruig.
De finale van deze uitputtende etappe is het kasteel van Sant Llorenç de la Muga. Meer dan een kasteel is het een brede toren bovenop een heuvel met een Spaanse vlag in de top, met een weids uitzicht op de streek die opmerkelijk groen is voor de tijd van het jaar. Er is veel regen gevallen, hoor ik her en der. Ik merk het onderweg: het water in de rivieren staat hoog. Soms moet ik zelfs door zo’n rivier heen waden met mijn fiets aan de hand, iets waarbij het uitkijken geblazen is trouwens, want de motor van een e-bike houd ik liever niet onder water. Op de toren van het kasteel waait een stevige bries, die me ook vergezelt de volgende dag, wanneer ik naar de zee fiets; aan zee is er altijd wind.
Naar zee
Vandaag vind ik de beschaving terug. Na het lege land wacht de drukte aan zee, al is het nog niet heel druk begin juni. Meer dan zestig kilometer leg ik af vanuit Albanyà naar L’Escala, een toeristische badplaats. Het landschap onderweg doet…
Verder lezen?
Lees het vervolg van het reisverhaal in Catalonie in FietsActief 1.
Nu in de winkel. Of bestel het nummer via deze link online.
Tekst Roman Helinski
Foto’s David Peskens




Reacties