Kriek, kastelen en kasseien
Niet ver van de Brusselse hectiek ligt een groene oase. Tijdens een driedaagse tocht fiets je langs kastelen en bourgondische stops – met hier en daar een portie Vlaamse kasseien.
Kadonk, kadonk. Ik dacht een shortcut naar de B&B te nemen, maar nu rammelen we over de kasseien. Een rij populieren werpt lange schaduwen over de weg. Ik kijk uit over de weilanden en bouwvallige schuurtjes, die in het avondlicht oranje kleuren. Dit is de Vlaamse Rand, de gordel rond Brussel. Over de kasseien hobbelden eeuwen geleden paardenkarren naar brouwerijen en fabrieken. Veel van de oude handelsroutes zijn bewaard gebleven.
Voor wielerfans zijn de stenen heilige grond; een flink eind westelijker passeert jaarlijks de Ronde van Vlaanderen. Wij proberen ze vooral te vermijden door half in de berm te rijden. “Sorry!” roep ik naar fietsmaatje Jamila, die haar evenwicht probeert te bewaren. In drie dagen leggen we de Groene Gordelroute af, een icoonfietsroute van 126 kilometer die in een grote lus rond Brussel loopt. De route slingert door het glooiende Pajottenland, de Zennevallei en de Brabantse Kouters, die een verrassend groene buffer vormen. Ons vertrekpunt is Halle, een oude handelsstad met een plein vol terrasjes. Ik bestel een cappuccino bij koffiebranderij Mokkadis, maar afrekenen met mijn Nederlandse bankpas blijkt niet mogelijk – ‘te duur,’ zegt de eigenaar. Vlamingen noemen Nederlanders graag krenterig, maar vandaag winnen zij het zuinigheidsklassement.
Streek van de kriek
“Jullie fietsen door de streek van de kriek,” merkt fietsenverhuurder Dominique Mercy op, die voor Jamila een e-bike bij het station heeft afgeleverd. Ik heb mijn eigen idworx mee; op de nieuwe Eurocity Direct naar Brussel-Zuid gaat dat verrassend makkelijk. De trein is gelijkvloers en heeft twaalf fietsplekken. “Traditionele kriek dronken we vroeger met drie suikerklontjes,” zegt Dominique. “Het is heel zuur, dat blieft je mond niet, maar ik ben eraan gewend geraakt.” Om toeristen te plagen, kregen ze soms expres de ongezoete versie voorgeschoteld. Eenmaal op de fiets blijkt het landschap opvallend contrastrijk – net als zijn bewoners. Soms vriendelijk en zacht, dan weer rauw en eigenaardig. Het is de invloed van Brussel. Rijke families lieten hier eeuwen geleden buitenhuizen en kastelen bouwen; we fietsen door parken en bossen en zien zo nu en dan een romantisch optrekje.
Maar de latere industrialisatie en verstedelijking zorgden ook voor fabrieken én rommelige woonwijken. Het resultaat is typisch Belgisch: prachtige villa’s staan naast spuuglelijke bungalows. Iedereen mocht hier duidelijk bouwen naar eigen smaak – en die is nu eenmaal niet bij iedereen hetzelfde. We wandelen door de rozentuin van domein Coloma, met drieduizend variëteiten, en kijken onze ogen uit in het rijkelijk versierde Kasteel van Gaasbeek; sierlijk houtwerk, kleurrijk behang, vloertegels met patronen, balken aan de plafonds – geen millimeter is wit. Interieurstylist Daan Alferink zou hier in zijn handjes wrijven. Dan volgen de brouwerijen. Dat bier hier zo’n belangrijke rol speelt, is geen toeval. Eeuwenlang was het veiliger om alcoholische drank te drinken dan vervuild water. Bovendien lagen er overal beekjes en rivieren zoals de Zenne en de Pede. Aan de oevers zie je de watermolens die het lokale graan maalden voor brood en bier.
Lambiek: het ‘mooiste bier’
Achter de Pedemolen ligt brouwerij Kestemont verborgen. Zodra de fietsen zijn gestald, leidt de charismatische dertiger Lias Kestemont ons rond door de stoffige ruimtes, langs houten vaten, oude werktuigen en een enorme astoven – zulke ovens vatten vaak vlam, waardoor er nog maar drie van bestaan. “Ik brouwde al lang als hobby,” vertelt Lias lachend. “Het is een beetje uit de hand gelopen.” Zijn familie wilde bier gaan produceren op hun biologische tuinbouwbedrijf, totdat deze al decennia leegstaande lambiekbrouwerij uit de achttiende eeuw voor een zacht prijsje te koop kwam: “De ideale locatie.” Lias geeft een spoedcursus lambiekbrouwen. Eerst wordt een warme vloeistof van water en graan gemaakt: het wort. Dat koelt ’s nachts af in open ruimtes, zodat wilde gisten en bacteriën uit de lucht hun werk kunnen doen. Daarna rijpt het bier jarenlang op oude wijn- en cognacvaten. “Lambiek zit een beetje tussen wijn en bier in,” zegt Lias. “Het is fris en lichtjes zuur.” Zijn familie kweekt een groot deel van de ingrediënten, van tarwe tot fruit zoals frambozen, bramen en rabarber. Geuze – een mengeling van jonge en oude lambiek – vindt hij zelf het lekkerst vanwege de complexe smaak.
Wat baal ik ervan dat ik het bier niet kan proeven vanwege mijn glutenintolerantie, als ik Jamila’s ogen zie oplichten na haar eerste slok. “Wow, wat smaakt dit bijzonder, enorm lekker!” Maar gelukkig kan ik later in B&B Het Lavershuis van de kookkunsten van Marc Saeys genieten. Na onze aankomst duikt Marc direct de keuken in. Even later verschijnt een flinke ovenschotel van gevulde courgette op tafel, gegratineerd met een dikke laag kaas. Van zo’n stevige maaltijd knap je direct op na een dag over Vlaamse heuvels, met zo nu en dan kasseien. Marc zit vol verhalen en serveert wijn uit de streek.“Er komen nog veel meer klimmetjes aan,” waarschuwt Marc de volgende ochtend, als hij zelf in wielrenoutfit op de fiets springt. Eerder vertelde hij nog enthousiast over zijn streek; de rustige wegen, de fraaie uitzichten – vlakbij zijn huis kun je in de verte de glimmende bollen van het Atomium zien.
Kastelen en watermolens
We fietsen langs akkers, waar tractors het land omploegen, en duiken daarna holle wegen in met steile groene bermen. Onderweg lonken voortdurend stops. In de Plantentuin van Meise dwalen we langs magnolia’s en rododendrons, terwijl de tropische serres als mini-jungles aanvoelen. Later duikt de Abdij van Grimbergen op, waar al bijna duizend jaar bier wordt gebrouwen. Bij museumcafé Tommenmolen – naast een graanwatermolen op de Maalbeek – vertelt de ober dat steeds meer Nederlanders naar de streek verhuizen. Vanwege de ruimte, rustigere levensstijl en lagere prijzen. “Zelf ben ik half-Nederlands.” Even later zet hij een enorm bord met sint-jakobsschelpen in roomsaus voor mijn neus, inclusief Vlaamse friet. De e-bikes dan maar in de laagste stand, om de calorieën kwijt te raken. Opnieuw verandert de Groene Gordel van karakter. Naast de Zenne duiken de afgedankte koeltorens van de elektriciteitscentrale van Vilvoorde op. Even later zitten jongedames met een fles wijn in het gras vliegtuigen te spotten naast de landingsbaan van Brussels Airport. Wij zoeken liever de rust op in het Park van Tervuren, waar aalscholvers hun vleugels drogen.
Verder lezen?
Tekst en beeld: Jessica de Korte



Reacties