|
|
Maatwerk |
1.
Hoe kun je bepalen wat de goede maat fiets is? En hoe zit je goed op je nieuwe fiets? De maat van een fiets wordt in centimeters aangegeven.
Herenfietsen zijn er in maat 53, 57 en 61 en damesfietsen in maat 49, 53 en 57. De cijfers hebben betrekking op de lengte van de zitbuis, gemeten vanaf het hart van de trapas tot aan de bovenkant van de buis. Er zijn ook merken die de fietsen aanduiden met S(mall), M(edium) en L(arge). In de catalogi en op de websites staat altijd een vergelijking met de klassieke maten. Zo is een Medium doorgaans gelijk aan maat 53.
|
2.
Om te weten welke maat je nodig hebt, meet je de binnenbeenlengte. Ga zonder schoenen op een vlakke ondergrond staan, met je rug en hielen tegen een muur. Zet je voeten twintig centimeter uit elkaar en plaats de rug van een boek tegen de muur en onder je zitbot. Meet dan de afstand van de bovenkant van het boek tot de grond. Stel dat die 79 centimeter is, dan bereken je de framemaat als volgt: binnenbeenlengte x 0,66. Dat is 52,6. Die maat bestaat niet. Neem dan de maat die er het dichtst bij in de buurt zit; een 53 centimeter frame. Zeker geen 49 of 57 centimeter, want dan kun je wel eens te krap of juist te gestrekt komen te zitten. Aan de lengte van de zitbuis is bijvoorbeeld ook de bovenbuis, die van de zadelpen naar het stuur loopt, gerelateerd.
|
3.
Dan de juiste zadelhoogte. Dat is de afstand van het hart van de trapas tot aan de bovenkant van het zadel. Als vuistregel geldt 0,885 x bin
nenbeenlengte. Bij een binnenbeenlengte van 79 cm is dit dan 69,9 centimeter. Houd er bij een fiets met een verende zadelpen rekening mee dat het zadel zeker twee centimeter inveert als je erop gaat zitten. Even checken: ga op de fiets zitten, zet de rechterpedaal helemaal naar beneden en plaats de hak van je voet met schoenen aan het pedaal. Je been moet dan bijna helemaal gestrekt zijn.
|
4.
Er is een limiet aan het verstellen van een zadelpen. Op pen staat een streepje met als toevoeging 'minimum inserf. HÉ onder de streep moet altijd in het frame zitten, anders heb je ka boel afbreekt. In dat geval kun je een langere zadelpen kopen or ken of je frame misschien te klein is.
|
5.
De afstand van je bovenlijf tot aan het stuur is ook van belang als je prettig wilt fietsen. Een truc; plaats je elleboog tegen de punt van het zadel en strek je hand. Er mag niet meer dan vijf centimeter afstand zitten tussen de vingertoppen en de stuurpen.
|
6.
Het voordeel van een verstelbare stuurpen is dat je ook de positie van je stuur aan je persoonlijke voorkeur kunt aanpassen. Door de hoogte van de pen en de hoek te veranderen kun je lekker zitten. Hierbij geldt dat je armen niet geheel gestrekt moeten zijn, er moet een kleine knik in zitten (zie foto). Overstrekking levert problemen op aan polsen, armen en rug.
|
| << terug |
|
|
|
|